Pagina wordt geladen ...
zoeken

Ondervoeding

Goede voornemens

Gezonder leven staat met stip op de eerste plaats (71%) van de goede voornemens. Strava (een social media community van atleten) heeft onderzocht dat 12 januari de datum is waarop de meeste mensen hun goede voornemens aan de wilgen hangen. Slechts 8% van de mensen bereikt overigens het uiteindelijk voorgenomen doel. Aan het andere eind van dit spectrum staat ondervoeding.

Gemiddeld is één op de vier tot vijf patiënten in ziekenhuizen, zorginstellingen en de thuiszorg ernstig ondervoed. Uit de rapportage Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) blijkt dat in verpleeghuizen ongeveer 25% van de bewoners ondervoed is en dat ongeveer 40% van de bewoners in een matige voedingstoestand verkeert. Percentages klinken mooi, maar spreken niet altijd tot de verbeelding. Uitgaande van de cijfers van 2018, betekent het concreet dat er zo’n 29.000 mensen in verpleeghuizen ondervoed zijn.

Ondervoed; wanneer ben je dat?

De definitie van ondervoeding is: een lichaamstoestand die wordt veroorzaakt door een tekort aan inname of opname van voeding resulterend in een veranderde lichaamssamenstelling (verminderde vetvrije massa) en lichaamscelmassa, met als gevolg een verminderd fysiek en mentaal functioneren en een slechtere klinische uitkomst van ziekte. Wanneer je niet helemaal ingewijd bent in de materie, is dit een zin die je wel een paar keer moet lezen voordat het helemaal duidelijk is. Kort door de bocht wil het zeggen dat niet enkel het feit dat iemand afvalt of ‘mager’ is, betekent dat deze persoon ondervoed is. Er wordt naar meerdere factoren gekeken om de diagnose ondervoeding te kunnen stellen. Soms ligt er een ziekte of comorbiditeit (tegelijk voorkomen van twee of meer aandoeningen) ten grondslag aan ondervoeding. Daarnaast zijn er nog diverse andere oorzaken zoals: verminderd dorstgevoel, een slecht passend gebit, misselijkheid door medicijngebruik, verminderde eetlust en soms vergeet men ook te eten door een afnemend geheugen.

Complex geheel

Deze complexiteit maakt dat ondervoeding als diagnose wel eens gemist wordt. Dat is begrijpelijk, maar op zijn zachtst gezegd jammer. Ondervoeding heeft namelijk een grote impact op de conditie bijvoorbeeld door:

  • onnodig verlies van spiermassa
  • trager herstel bij ziekte
  • verwardheid
  • complicaties zoals decubitus (doorligplekken)

Een ondervoede cliënt/patiënt kan hierdoor in een neerwaartse spiraal terecht komen, waardoor er (nog) minder gegeten wordt en de voedingstoestand verder verslechtert. Behalve dat het effect heeft op de gezondheidstoestand en levenskwaliteit van de patiënt, kost ondervoeding de maatschappij ook veel geld. De totale maatschappelijke kosten van ondervoeding in de gezondheidszorg worden geschat op 1,8 miljard euro per jaar!

Door ondervoeding moeten mensen vaker geopereerd worden, herstellen ze langzamer en hebben ze eerder last van doorligwonden. Wanneer je ondervoeding behandelt levert iedere euro die je er in steekt €1,90 - €4,20 op.

Op weg naar de behandeling van ondervoeding

In 2018 is er een wereldwijde consensus bereikt om de diagnose ondervoeding te kunnen stellen. Het screenen op ondervoeding gebeurt door middel van een zogenaamd gevalideerd instrument zoals onder andere SNAQ 65+ (Short Nutritional Assement Questionnair) of MUST (Malnutrition Universal Screening Tool). Wanneer de uitkomst is dat de betreffende cliënt een verhoogd risico heeft op ondervoeding, volgt een tweede stap. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van onbedoeld gewichtsverlies, een laag BMI en/of verminderde spiermassa in combinatie met de onderliggende oorzaak (zoals ziekte, verminderde inname/opname voeding). Dit leidt uiteindelijk tot een diagnose. Na de diagnose volgt het beoordelen van de voedingstoestand waarna een behandelplan opgesteld kan worden. Het screenen op en behandelen van ondervoeding, maakt deel uit van de prestatie indicator voor de zorg. Deze kwaliteitsindicatoren meten de mate waarin patiënten systematisch bij opname worden gescreend op ondervoeding en ondervoede patiënten tijdig en op adequate wijze worden behandeld.

De aanpak van ondervoeding hangt in sterke mate samen met de achterliggende oorzaak. Wanneer patiënt/cliënt een ziekte heeft waarbij opname van voedingsstoffen verstoord is, zoals bijvoorbeeld bij de ziekte van Crohn het geval kan zijn, vergt dit een andere aanpak dan een slecht passend gebit of beginnende dementie. Daarnaast verschilt de totale energie- en eiwitbehoefte natuurlijk ook per individu. Algemeen kan wel gesteld worden, dat gestreefd moet worden naar voldoende inname van eiwit (1,2-1,5 g/kg), energie en micronutriënten. Daarbij is beweging en het verhelpen van aan voeding gerelateerde klachten van belang om de neerwaartse spiraal te doorbreken.

Sim-Sa-La- ….. Eiwit

Eiwit is bij ondervoeding het toverwoord. Heel veel van onze voedingsmiddelen bevatten eiwitten zoals vlees, zuivel, ei en noten. De ene soort eiwit is echter de andere niet. Er zit met name verschil in de mate van verteerbaarheid en de aanwezigheid van essentiële aminozuren (die kan het lichaam zelf niet maken). Hoe hoger de verteerbaarheid en aanwezigheid van deze aminozuren hoe hoogwaardiger het eiwit. Hoe hoogwaardiger het eiwit, des te beter de zogenaamde anabole respons (verschil tussen eiwit aanmaak en eiwit afbraak in het lichaam). Dierlijke eiwitten zijn hoogwaardiger dan plantaardige. Dat betekent dat als je weinig dierlijke eiwitten tot je neemt, je meer eiwitten moet eten om toch voldoende essentiële aminozuren binnen te krijgen.

In het figuur hiernaast is de groei van een eiwit zichtbaar gemaakt. De inhoud van het vat (waterniveau) staat voor maximale groei. De laagste plank (lysine in dit geval) in het vat bepaalt het maximale niveau en dus de groei. Peulvruchten bevatten bijvoorbeeld niet alle essentiële aminozuren, maar door goede combinaties met bijvoorbeeld granen te maken vullen ze elkaar goed aan). Bij een gewicht van 70 kilo en verhoogde eiwitbehoefte moet er per dag zo’n 105 gram eiwit gegeten worden. Voor de warme maaltijd komt dit neer op 36 gram eiwit. Bij een normale portie (±430 gram), levert een maaltijd (inclusief dessert) tussen de 21- 32 g eiwit. Wanneer er ook nog eens sprake is van verminderde eetlust, is het een behoorlijke klus om aan de totaal benodigde hoeveelheid eiwit te komen.

Voeding als medicijn

In het verleden werd er direct naar medische voeding gekeken. Medische voeding is over het algemeen drink- of sondevoeding die voorgeschreven wordt door een arts of diëtist. Deze voeding levert snel de benodigde hoeveelheid energie, hoogwaardige eiwitten en is tevens uitgebalanceerd qua micro nutriënten. Nadeel van deze voedingen is dat niet iedereen ze lekker vindt en de prijs per verstrekking vaak hoger is dan die van reguliere eiwitbronnen.

Sinds ondervoeding meer onder de aandacht is gebracht, zijn er ook tal van ‘gewone’ producten verkrijgbaar met een hoog eiwit gehalte. Het voordeel van deze producten ten opzichte van de speciaal voedingen is dat ze makkelijk tussendoor te geven zijn, voor de consument herkenbaar zijn en de smaakwaardering is vaak hoog. In de webshop van Distrivers onder het kopje 'Inspiratie -> Eiwitrijk', is een groot aantal eiwitrijke producten te vinden.

welkom bij Distrivers
terug naar boven