Welkom bij Distrivers

Auteur: Miranda Muis

In de jaren 60, als de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog zijn vruchten afwerpt, ontstaat er een tekort op de arbeidsmarkt. Om aan de vraag naar personeel te kunnen voldoen, worden arbeiders uit Spanje en Italië gevraagd om hier te komen werken. Wanneer de economie midden jaren 60 verder aantrekt, vraagt de Nederlandse regering Turkse en Marokkaanse gastarbeiders om in Nederland te komen werken. 

Nederland had tevens een aantal kolonies: Nederlands-Indië/Indonesië (tot 1949), Suriname (tot 1975), Nederlandse Antillen (Aruba 1986, overig 2010). Vanuit deze gebieden verhuisden ook inwoners naar Nederland. In de jaren ’80 komt er nog een andere immigratiestroom op gang, van mensen die om politieke, humanitaire of economische reden hun geboorteland verlaten. Deze mensen zijn afkomstig uit alle hoeken van de wereld. De laatste jaren is de grootste groep immigranten afkomstig uit het Oostblok. 

Zo ontstond er in Nederland een mooie “mix and match” cultuur.

De aardappeleter

Cultuur is meer dan alleen wat je eet. Het zijn gebruiken, normen en waarden, welke kleren je draagt, religie, et cetera. Cultuur is dynamisch. Dat blijkt wel uit het feit dat het in Nederland, tot nog niet zo lang geleden, heel normaal was dat iedere maaltijd bestond uit een voor-, hoofd- en nagerecht. Het hoofdgerecht bestond traditioneel uit aardappelen, groenten en vlees. Dat verschuift langzaam.  Nederland staat bekend als aardappel etend volkje. Onze traditie om aardappelen te eten is historisch bepaald. Al was de aardappel oorspronkelijk geen Nederlands, maar Zuid-Amerikaans product. Aardappelen gedijen goed in kleigrond en in ons klimaat, hij is lang te bewaren en niet duur. Aten we tussen 2007 en 2010 gemiddeld nog 92 gram aardappelen per dag, tussen 2012 en 2016 daalde dat getal naar 74 gram. Het aantal grammen rijst, pasta en granen steeg. De gemiddelde Nederlander is wel nog steeds een echte aardappeleter.

Alles wat je niet lust zit tussen je oren! Toch?

Niet alleen de migranten hebben bijgedragen aan de verrijking van onze eetcultuur. Met het toenemen van de welvaart en bijvoorbeeld het goedkoper worden van vliegreizen, maken we door onze reislust ook kennis met andere landen en culturen. 

Wat je meekrijgt vanuit je eigen cultuur bepaalt je referentiekader, dat wat je normaal en niet normaal vindt. Zo kan een delicatesse in het ene land, in een ander land grens overschrijdend gevonden worden. Een Peruaan zal waarschijnlijk zijn wenkbrauwen ophalen bij onze rauwe haring en zakken drop, terwijl wij niet begrijpen waarom hij een Cavia frituurt. 

Escargots, kikkerbillen en zelfs sprinkhanen zijn tegenwoordig al minder exotisch, maar wat te denken van het volgende lijstje:

  • Het Duizendjarig ei: een Chinese delicatesse, waarbij het ei 100 dagen bewaard wordt in een mengsel van ongebluste kalk en as. Het eigeel is dan donkergroen van kleur en het aroma komt je waarschijnlijk tegemoet.
  • In de Filipijnen en Vietnam eten ze ook graag ei, maar dan een bevrucht eendenei. Wanneer je Balut bestelt, krijg je een nagenoeg ontwikkeld embryo in de schil.
  • Gefrituurde Tarantula (vogelspin) is iets waar ze in Cambodja hun vingers bij aflikken.
  • Mexicaanse Escamoles, oftewel larven van een giftige mier, die naar het verluidt een nootachtige smaak hebben en heerlijk zijn op je Taco.
  • Men neme rendiervet, zeehondenolie, vers gevallen sneeuw, bessen en eventueel wat vis. Sla het luchtig, vries het in en smullen maar. Dit is geen toverdrank van de stiefmoeder van Sneeuwwitje, maar Akutag een delicatesse van de Inuit: Eskimo ijs.

Van een pot Pindakaas hoop je al niet dat hij opengaat in je koffer, laat staan dat dat gebeurt bij één van deze delicatessen.

Zoals het klokje thuis tikt

Dat je je cultuur meeneemt op reis blijkt ook uit een onderzoek wat recent gedaan is onder geëmigreerde Nederlanders. 97% van de ondervraagden gaf aan wekelijks nog Nederlands te spreken. Behalve aan de taal, houden emigranten ook vast aan Nederlandse feest- en gedenkdagen (zoals Sinterklaas), eetgewoonten (zoals speculaas, drop, kroketten, hutspot) en andere culturele tradities, bijvoorbeeld via Nederlandstalige scholen of Nederlandse verenigingen in hun huidige woonplaats. Het is dus logisch dat immigranten die naar Nederland komen, ook een stukje van hun wereld meenemen naar ons land. Zo leerden wij eerst pasta kennen en sijpelden daarna Paella, BB+R (Surinaamse Bruine Bonen met rijst) en andere exotische gerechten onze cultuur binnen.

Veel van de Multi culturele gerechten die wij kennen zijn samengestelde gerechten. De meeste van die gerechten stammen uit tijden dat men nog geen fornuizen had, maar enkel een vuurtje om op te koken. Je warme maaltijd bestaat dan noodgedwongen meestal uit een eenpansgerecht. 

Het conserveren van voedsel door zouten, roken, drogen, inleggen in zuur, et cetera, stamt uit de tijd dat er nog geen koelkasten en diepvriezen waren. Door je voedingsmiddelen te conserveren, kon je in een ander seizoen nog gebruik maken van ingrediënten die de natuur op dat moment niet kan leveren. 

Sommige van deze producten zijn blijvers geworden, al zijn ze natuurlijk met ons meegegroeid. Denk aan groenten in zuur, jam of het meer exotische Bakkeljauw (gezouten gedroogde Kabeljauw/Bacalao). 

Ook het kunnen verbouwen, het klimaat, het beschikbaar zijn van ingrediënten, de prijs, het al dan niet kunnen bewaren en de mogelijkheden voor het bereiden van voedsel spelen een grote rol in het ontwikkelen van de betreffende cultuur. 

En dan kun je niet meer zelf koken…

Soms komt er een moment, dat er intensievere zorg nodig is en dat er een lang- of kortdurende opname in een instelling plaatsvindt. Op die momenten is een stukje thuis heel welkom. Bij Distrivers hebben we zowel in onze webshop als voor onze persoonsgebonden maaltijden een Multiculturele lijn, die hierin voorziet. Heerlijke gerechten zoals Surinaamse Bruine bonen met kip, Ajam pedis, Moussaka of wat dacht u van Lamstoverij in combinatie met couscous. Wanneer door geloofsovertuigingen bijvoorbeeld Halal of Koosjere maaltijden nodig zijn, zijn die via onze webshop te bestellen. 

Elke dag lekker eten en drinken, ook als het niet meer vanzelf gaat!

Column door: Stephanie Slot
Voedingsdeskundige en menu-engineer bij Distrivers

Auteur: Miranda Muis

Wat als je niet meer zelf met bestek kunt eten? Met fingerfood behouden mensen met dementie hun zelfstandigheid en waardigheid! 

Bestek; wat is dat?

Voor de meeste mensen met dementie komt er een moment dat ze het bestek niet meer (altijd) herkennen. Met fingerfood, oftewel ‘eten met je handen’ kunnen mensen met dementie langer hun zelfstandigheid behouden. Het kan ook een oplossing zijn voor mensen die niet de rust hebben om aan tafel te zitten en al lopende eten. Fingerfood is handig voor mensen met lichamelijke beperkingen omdat het bestek bijvoorbeeld te zwaar is.

Wat is fingerfood?

Het concept is heel eenvoudig: herkenbaar eten en drinken zonder bestek. Een maaltijd kan bestaan uit beetgare stukjes groenten, vlees en bijgerechten zoals spruitjes, gehaktballetjes en gekookte aardappelen in stukjes. Soep en desserts worden geserveerd in een drinkbeker. 
Broodmaaltijden bestaan bijvoorbeeld uit in stukjes gesneden dubbelgevouwen belegde boterhammen, fruit, omelet of quiche en een drinkbeker met soep. Als tussendoortje kun je stukjes fruit of koek serveren.

Herkenbaar en kleurrijk

Waar moet je op letten bij fingerfood? Het is belangrijk dat eten herkenbaar (van vorm) is en in feite kun je bijna alle traditionele gerechten als fingerfood bereiden. Gerechten als nasi en stamppot bijvoorbeeld, kun je bereiden in de vorm van balletjes. Gerechten die zich niet goed lenen om als fingerfood gegeten te worden zijn spaghetti of bami vanwege hun sliertvorm. Kies voor contrastrijke kleuren omdat het gezichtsvermogen bij dementie vaak afneemt. Dat betekent: kleurrijk eten op een wit bord op een donkere placemat. 

Serveer jus in een apart kommetje, om de aardappelen in te ‘dippen’. Omdat een kommetje heet is, is het soms verstandiger om de jus alvast over de aardappelen te gieten, zodat het kommetje niet gedronken wordt.

Kant-en-klare maaltijden of zelf koken?

Ook van kant-en-klare maaltijden kun je altijd wel een fingerfood-versie maken. In de webshop van Distrivers zijn fingerfoodsuggesties te vinden onder het kopje ‘bewust’. Is er een eigen keuken? Dan is fingerfood makkelijk te bereiden, net als in groepswoningen waar men zelf kookt.

Materialen

Geef cliënten een groot servet en serveer de gerechten op een wit warmhoud-bord, met een donkere placemat of tafelkleed. Voor cliënten die niet lang aan tafel kunnen zitten, is een kommetje handig. Serveer soep en vla uit een drinkbeker. Er kan desgewenst bestek ingedekt worden, omdat er door herkenning soms toch met bestek gegeten gaat worden.

Wanneer starten met fingerfood?

Wanneer een cliënt start met fingerfood hangt af van een aantal factoren. Zijn familie en de cliënten het er zelf mee eens? Informeer familie, bijvoorbeeld door een familie-avond fingerfood te organiseren, om bewoners en familie te enthousiasmeren. Vaak genieten cliënten weer meer van het eten en blijven ze aan tafel zitten.

Auteur: Miranda Muis

Slik…., even met de spreekwoordelijke billen bloot. Ik leef op te grote milieuvoet. Als jullie allemaal zijn zoals ik, hebben we 3,7 aardbollen nodig om te kunnen leven, althans volgens de ecologische footprint test die ik deed op de site van het Wereld Natuur Fonds.

Middels een aantal vragen over je leefstijl, wordt berekend hoeveel van de aarde jij benut. Gemiddeld heeft een mens vier voetbalvelden tot zijn beschikking. Wij vragen meer van de aarde dan wat ze kan leveren en dat heeft invloed op alles om ons heen. We vervuilen dus op grote schaal onze leefomgeving en putten onze hulpbronnen uit.

Ik ben natuurlijk niet geheel naïef, in grote lijnen weet ik wel dat ik behoorlijk wat voetbalvelden in gebruik heb. Hoe kan ik daar dan eenvoudig verandering in aanbrengen? De ecologische footprint geeft hier een aantal praktische tips voor, verdeeld over een aantal aandachtsgebieden:

  • Voedsel;
  • Energie;
  • Afval;
  • Vervoer;
  • Vakantie.

In mijn geval kwam er (niet toevallig) uit dat ik op gebied van voeding wel het een en ander kan wijzigen om zo te zorgen dat ik een betere footprint of eigenlijk dus food print achterlaat. We vinden het tegenwoordig allemaal heel normaal dat we het hele jaar door aardbeien kunnen krijgen, we zalm eten die in Zuid Amerika wordt gevangen en dat ons rundvlees sightseeing in Brazilië heeft gedaan. Logistiek gaat echter hand in hand met CO2 uitstoot, doordat o.a. de vervoersmiddelen gebruik maken van fossiele brandstoffen. Om de complexiteit nog maar eens te benadrukken, soms kan het zo zijn, als alle milieubelasting bij elkaar opgeteld wordt, het onder de streep beter voor het milieu is om tomaten uit Spanje te halen, dan om Hollandse tomaten uit het Westland te eten. Wanneer de kwekers in Nederland echter op een milieubewuste manier met hun producten omgaan, ziet het plaatje er alweer anders uit.

Diverse bronnen over reductie van de ecologische voetafdruk/carbon footprint geven allemaal aan dat je door minder vlees en zuivel te nuttigen een positieve bijdrage kunt leveren aan het milieu. Dat roept de vraag op waarom dat zo is?

In het kort komt het op de volgende punten neer:

  • 26% van het niet door ijs bedekte land op onze aarde wordt gebruikt voor veehouderij. Om al deze dieren te kunnen voeren, wordt 33% van de landbouwgrond gebruikt om gewassen te telen die gebruikt worden als diervoeder. Deze grond en gewassen kunnen nu dus niet gebruikt worden voor het telen van (plantaardig) voedsel voor de mens. Enige nuance in het percentage is op zijn plaats: niet overal waar dieren lopen is het land geschikt voor landbouw;
  • Naast dat de dieren land gebruiken waar je ook gewassen op zou kunnen telen om mensen te voeden, kost het houden van dieren ook water. Een kilo rundvlees ‘produceren’ kost ± 15400 liter water. Ter vergelijking: de productie van een kilo mais kost 1220 liter;
  • Het houden van vee heeft daar­naast als bijkomend effect dat er flink wat broeikasgassen (Kool­dioxide, Methaan en Lachgas) vrijkomen. Wereldwijd is 14,5% van al het broeikasgas afkomstig van veeteelt.
  • Minder vlees betekent dat (een gedeelte van) de grond gebruikt kan worden om gewassen te kweken om mensen te voeden en dat er minder broeikasgassen uitgestoten worden door vee en dat er minder water gebruikt wordt.

Een verschuiving van dierlijk naar plantaardig is naast dat het goed is voor het milieu, ook bevorderlijk voor onze gezondheid. De reden hiervoor is dat de consumptie van te veel vlees in verband gebracht wordt met allerlei ziektes zoals beroerte, type 2 diabetes en kanker. Zowel voor onze gezondheid, als voor het milieu, is het dus beter om minder vlees te consumeren.

Is massaal overstappen op biologisch vlees ook beter voor het milieu?

Zoals te verwachten is op deze vraag geen eenduidig antwoord te geven. Duurzaam gehouden vee neemt meer plaats in beslag, leeft langer, eet en drinkt daardoor meer en stoot langer broeikasgassen uit dan vee wat intensiever gehouden wordt. Het kan zo zijn dat vee uit een megastal die groene stroom gebruikt, duurzamer is dan vee wat het predi­caat biologisch heeft. Wanneer we de bevolkingsgroei (±10 miljard in 2050) in acht nemen, denk ik dat we de aarde flink moeten uitbouwen om iedereen te voorzien van een biologisch stukje vlees. Met andere woorden biologisch vlees, leent zich waarschijnlijk minder voor massa­productie.

Als een vis in het water

Vis zorgt ook voor milieudruk. Vis neemt dan wel geen landbouwgrond in beslag, maar om vis te vangen zijn er boten, diepvriezen, koelhuizen etc. nodig. Door de grote vraag naar vis, ligt voor sommige vissen over­bevissing op de loer en moeten andere vissen zich zorgen maken, omdat ze ongewild slachtoffer worden als bijvangst. Kweekvis kan, mits op de juiste wijze gekweekt, wel zorgen voor minder milieudruk, maar heeft weer andere bijkomende issues zoals gebruik van antibiotica.

Let’s go vegan

Na het lezen van diverse stukken omtrent milieudruk, ben ik niet verbaasd dat zelfs een vegetarische maaltijd soms niet milieuvriendelijk is. Veel van de vegetarische vlees­vervangers bevatten bijvoorbeeld soja. Om soja te kunnen telen, wordt regenwoud gekapt. Het geval wil dat de vraag naar soja toeneemt als de vraag naar vlees toeneemt, omdat soja een belangrijk onderdeel van veevoer is. Vleesvervangers op basis van zuivel zorgen daardoor voor evenveel milieudruk als een stukje varkensvlees. Ook hier geldt dat afhankelijk van de teeltwijze (groen of minder groen), het seizoen waarin je het wilt eten, soort vervoer etc, de milieudruk enorm kan verschillen. Zorgvuldig kiezen lijkt het devies.

Conclusie

Ik heb gemerkt dat de materie enorm complex is. Het is niet zo dat een vleeseter in zijn eentje onze aarde milieu-technisch om zeep helpt. De werkelijkheid ligt genuanceerder. We hoeven dus niet allemaal vegetariër te worden. Vee is eigenlijk ook nodig, omdat voor ons ontoegankelijke eiwitten zoals gras en graan om te zetten in toegankelijke eiwitten zoals melk, eieren en vlees. In een circulair systeem, hoort er dan ook bij dat je het vlees en de mest wat voortkomt uit dit proces ook zo volledig mogelijk benut. We zijn wellicht een beetje doorgeschoten, waardoor het geen sluitende cirkel meer is en de balans dus zoek is geraakt. We kunnen nog heel wat stappen maken op weg naar een betere ‘foodprint’. Natuurlijk zijn er grotere taken weggelegd voor onze overheden, zowel lokaal, centraal als internationaal. Dat ontslaat ons denk ik echter niet, om ons best te doen om onze milieulast te drukken. Bijvoorbeeld door:

  • Minder vlees en zuivel te eten;
  • Producten zoveel mogelijk eten wanneer de natuur ze aanbiedt;
  • Vis met een keurmerk (MSC of ACS) te kopen;
  • Vleesvervangers op basis van peulvruchten, noten of biologisch soja te kiezen;
  • Als we vlees eten, soorten te kiezen die een lagere milieulast hebben, zoals kip

Veder ben ik er voorstander van dat iedereen vooral moet leven zoals het hem of haar gelukkig maakt. Nou ja, binnen de grenzen van wat maatschappelijk toelaatbaar is dan.

Auteur: Miranda Muis

De gezondheidsraad is een wetenschappelijk adviesorgaan van de Nederlandse overheid. Een van de werkterreinen van de raad, is het adviseren omtrent effecten van voedingsstoffen, voedingsmiddelen en voedingspatronen op de gezondheid’.

Deze commissie onderzoekt of voeding het risico op ontstaan van chronische ziekten vergroot. Ze bundelen hun bevindingen in de “Richtlijnen Goede Voeding”. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor preventie van chronische ziekten in de algemene bevolking. Bij het verschijnen van de “Richtlijnen Goede Voeding” in november 2015 werd er een nieuw advies gelanceerd: “Eet wekelijks peulvruchten”.

Het advies om wekelijks peulvruchten op het menu te zetten, werd overgenomen door het Voedingscentrum en maakt deel uit van de ‘Schijf van Vijf’ . Peulvruchten passen ook prima in de verschuiving die gaande is om minder dierlijke producten te nuttigen.

Wie mogen zich eigenlijk peulvrucht noemen?

Peulen zijn lid van de Vlinder- bloemigen. Alleen de Vlinderbloem- familie heeft peulen, buiten deze familie komen peulen niet voor. Plantkundigen en voedingskundigen gebruiken ieder een andere definitie van de peulvruchtengroep. Voedingskundigen verstaan onder peulvruchten: bruine, witte en zwarte bonen, kapucijners, kievitsbonen (borlotti), limabonen, linzen, kikkererwten, kidneybonen en sojabonen. Groene peulvruchten (sperziebonen, snijbonen, doperwten, peultjes, sugarsnaps en kouseband), worden in de voedingswereld tot de groentesoorten gerekend. Pinda’s rekenen we tot de groep noten.  

Peulvruchten hebben een bewezen gunstig effect op het verlagen van het LDL Cholesterol gehalte. Het LDL (Low Density Lipoproteïne) Cholesterol is het ‘slechte’ cholesterol (LDL te onthouden door het ezels- bruggetje ellende of Last door Lijden). Als het LDL Cholesterol gehalte te hoog is, kan cholesterol zich gaan afzetten op de vaatwanden van slagaders. Hierdoor verhoogt de kans op het krijgen van artherosclerose (aderverkalking).

In ons huidige voedingspatroon, nemen peulvruchten een zeer bescheiden plek in. De helft van de Nederlanders eet nooit peulvruchten. Tien procent van de bevolking eet 8 gram of meer peulvruchten. Gemiddeld eten we slechts één dag (of minder) per week peulvruchten.

Naast de bewezen gezondheidsvoordelen, heeft de peulvrucht nog wel een klein imago-issue. Bonen hebben bij sommige mensen een flatulerend effect, waardoor ze minder populair zijn. Daarbovenop komt nog dat naast stoffen die de gunstige werking beïnvloeden, ze ook zogenaamde antinutriënten bevatten. Antinutriënten zijn stoffen die de werking en opname van andere nutriënten negatief kunnen beïnvloeden. Een plant maakt ze aan ter bescherming van zichzelf en haar nageslacht. Peulvruchten bevatten de antinutriënten: lectine, fytinezuur en saponine.

Lectine komt voor in bonen, granen, zaden noten en aardappelen. In grote hoeveelheden en ongekookt kunnen ze voor darmproblemen zorgen, doordat het lectine een interactie aangaat met epitheel cellen van de darmen. Er ontbreekt overtuigend bewijs dat lectine echt schadelijk is. Fytinezuur komt voor in granen, noten, peulvruchten, fruit en groente en is in staat zich aan mineralen te binden.

Door deze eigenschap kan de opname van mineralen in ons lichaam belemmert worden. Door koken, bakken, roosteren, fermenteren, inmaken en door het enzym fytase zijn we uiteindelijk in staat om ongeveer 75% van het fytinezuur af te breken. En daarnaast zijn er ook aanwijzingen dat fytinezuur als anti oxidant een gunstig effect heeft tegen o.a. kanker, nierstenen en dergelijke.

Saponinen ook wel zeepstof genoemd, worden door planten geproduceerd ter bescherming tegen het opeten door insecten en tegen bacteriën en schimmels. Ze komen met name voor bij sojabonen, erwten, spinazie, tomaten en, knoflook, kruiden en aardappelen. Saponine lost het membraan op van rode bloedcellen, wanneer het rechtstreek in de bloedbaan wordt geïnjecteerd. Ook voor saponine lijkt het dat hier positieve eigenschappen zoals het verlagen van risico op kanker tegenover te staan.

Er is dus geen enkele reden om het advies van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum naast ons neer te leggen. Bovendien zijn peulvruchten lekker en veelzijdig. Hun plaats in het menu is voor ons carnivore Nederlanders soms een beetje lastig. In de schijf van vijf zijn ze bij vlees/vis/ei ingedeeld, vanwege hun hoge eiwitgehalte. Je kunt ze dus prima eten, wanneer je het vlees een dagje wilt laten staan.

In het assortiment van Distrivers hebben we keus uit tal van lekkere gerechten met peulvruchten: Bruine bonen of erwtensoep, Linzensoep, Tajingroente (kikkererwt), Stamppot Bartje (bruine bonen), Chili con Carne, Surinaamse bruine bonen met kip, Witte bonen in tomatensaus, Chakalaka rundvlees (witte bonen), Witte bonenschotel, Stamppot blote billen in het gras, Kapucijnerschotel, Kapucijners met spek, Mexicaanse rijstschotel (kidneybonen).

Column door: Stephanie Slot
Voedingsdeskundige en menu-engineer bij Distrivers

Auteur: Miranda Muis

We bevinden ons momenteel in een bijzondere situatie. Ondanks deze situatie zijn wij wel doorgegaan met productontwikkelingen om zo onze producten te kunnen blijven optimaliseren. Wij zijn op zoek gegaan naar milieubewuste AGF (Aardappelen, Groente en Fruit) verpakkingen. Vanaf volgende week (week 18, 2020) zal de eerste levering plaatsvinden. Het grootste gedeelte van het AGF aanbod bij Distrivers is voortaan te herkennen aan het merk Johannes, waarmee de plastic verpakkingen er uit zullen gaan.

Over het merk Johannes

Johannes is een familiebedrijf dat in 1928 is ontstaan. De missie van Johannes is om stapje voor stapje samen te werken aan een toekomst zonder plastic, voor alle generaties die net als iedereen willen genieten van al het puurs dat de natuur heeft te bieden.

Johannes is het eerste merk in Nederland die al zijn aardappels, groente en fruit op een natuurlijke wijze verpakt. Alle verpakkingen van het merk Johannes  bestaan uit zuiver natuurkarton – gewonnen uit duurzame houtkap – en zijn volledig biologisch afbreekbaar. De aardappelen, groente en fruit blijven hierdoor volledig in tact. Op deze manier wil Distrivers meewerken aan een schonere wereld waar recyclen een kans krijgt.

Meer informatie over dit merk kun je lezen op de website van Johannes.

Auteur: Miranda Muis

lk ben inmiddels op een leeftijd dat je echt een vroeger hebt. Vroeger dus, toen ik nog op de opleiding Voeding en Diëtetiek zat, zaten vegetariërs in de beetje oneerbiedige “Geiten-wollen-sokken” hoek. Het stigma was een beetje dat ze op gezondheidssandalen liepen en er ongezond wit uitzagen. Sindsdien is er wel het een en ander veranderd. Vegetarisch is tegenwoordig “hip-and-happening”.

Volgens Wikipedia waren de eerste vegetariërs Indiërs en oude Grieken, die uit mededogen met alle levende wezens, producten van dierlijke oorsprong uit hun voeding weerden. Het werd veelal uitgedragen door filosofen. De ‘lastpak’ uit onze schooltijd, Pythagoras, vond dat het niet eten van vlees belangrijk was voor de vrede tussen mensen, omdat het slachten van dieren de dierlijke ziel zou beschadigen.

Na een periode dat er nagenoeg geen vegetariërs waren, begint het vegetarisme in 1847 aan een opmars. In dit jaar  worden er in diverse landen vegetariërs bonden gesticht, die de belangen behartigen van de vegetariërs. De redenen dat mensen kiezen voor een vegetarische levenswijze, lopen uiteen van ethiek, milieu, eerlijke voedselverdeling tot aan gezondheid.

Is een vegetarische voedingsgewoonte gezond?

Dat is een lastige vraag. Hij is in ieder geval niet zomaar met ja of nee te beantwoorden. Door de verschillen­de beweegredenen om vegetarisch te leven, zijn er ook verschillende manieren om het in te passen in een voedingspatroon. Wel hebben nage­noeg alle vormen met elkaar gemeen dat er geen vlees gegeten wordt.

Vlees is zoals u wellicht weet, een belangrijke bron van eiwitten, ijzer, vitamine B1 en B12. Vitamine B1 komt ook voor in volkorenproducten, peulvruchten, aardappelen en noten. Het is niet waarschijnlijk dat door het weglaten van vlees een tekort zal ontstaan. Vitamine B12 komt bijna alleen voor in vlees, vis, ei en zuivel. Veganisten zouden het risico kunnen lopen op een tekort.


Voor ijzer geldt, dat het ijzer wat we uit vllees tot ons nemen het zogenaamde haem ijzer is. Naast haem ijzer kennen we ook non haem ijzer, dit komt in plantaardige producten voor. Non haem ijzer wordt minder goed in het lichaam opgenomen dan haem ijzer. 25% van het haem ijzer wordt benut, terwijl dit van non haem ijzer maar 10% is. De opname van non haem ijzer kan bevorderd worden door bij iedere maaltijd iets met vitamine C te eten (b.v. fruit). Een tekort aan vitamine B12 en ijzer kan leiden tot bloedarmoede.

Alternatieven voor eiwit zijn er in over­vloed: noten, pinda’s, pitten, peul­vruchten, soja etc. Nagenoeg alle (kant en klare) vleesvervangers bevatten tegenwoordig toegevoegd vitamine B12 en ijzer. Kleine kanttekening is dat het verstandig is om bij deze kant-en­ klaar producten op de hoeveelheid zout te letten (< 1,1 per 100 gram).

De gemiddelde vegetariër hoeft dus geen tekorten  op te lopen en kan prima met de schijf van vijf in zijn hand een gezond menu samen stellen. Niet vegetariërs zouden ook in overweging kunnen nemen om toch af en toe een vegetarische keuze te maken. In de VCP van 2016 komt naar voren dat we weliswaar minder vlees zijn gaan eten, maar de gemiddelde Nederlander eet toch nog steeds ongeveer 101 gram vlees per dag. En we doen dat op 90% van onze dagen. Dat is zo ’n slordige 37 kg per persoon per jaar. De gezondheidsraad heeft diverse onderzoeken doorgespit en komt tot de conclusie dat het eten van een grote hoeveelheid rood vlees een verhoogde kans geeft op diabetes mellitus, een beroerte of een aantal soorten kanker. De richtlijnen zijn hierop aangepast en het advies is om niet meer dan 500 gram vlees te eten per week.

Hoewel we ons stukje vlees niet graag willen missen, kiest een steeds grotere groep er toch bewust voor om één of meerdere keren per week vlees te laten staan. Niet alleen bij de warme, maar ook bij de overige maaltijden. We noemen dit Flexitariër.  

Column door: Stephanie Slot
Voedingsdeskundige en menu-engineer bij Distrivers

Auteur: Miranda Muis

Goed eten, daar houden we van!

Bovenstaande slogan zou zomaar één van onszelf kunnen zijn, het is daarentegen al sinds een paar jaar de belofte van Plus Supermarkten. Met trots willen wij graag melden dat we vanaf 29 oktober 2019 samenwerken met Plus!  Je bent nu nog gewend te werken met Jumbo huismerken. Dat gaat veranderen. Onderstaand vertellen wij je iets meer: 

Wie is Plus?

Met 263 winkels in Nederland is Plus de derde premium supermarktketen van Nederland. Als lid van inkooporganisatie Superunie is het een hele grote speler en zijn ze niet alleen sterk in A-merken, maar ook juist in hun huismerk Plus. Wij gaan op dezelfde wijze samenwerken met Plus, als nu met Jumbo. Dat betekent dat wij droge kruidenierswaren (DKW) op stuks niveau, oftewel kleinschalig verpakt, inkopen bij Plus. Hanos is en blijft als moederorganisatie onze partner voor A-merken en grootschalig DKW.

Ga ik een verschil merken ten opzichte van Jumbo?

Nee en ja. Een kleine ja en een hele grote nee. Gelukkig maar!

– Ja, op het gebied van de naam. Jumbo huismerk wordt Plus huismerk.

– Nee, op het gebied van prijsstelling. Wij houden de winkelprijzen van Plus aan, dit zal vergelijkbaar zijn met wat je nu gewend bent.

– Nee, op het gebied van assortiment, we hebben voor de artikelen van Jumbo een uitstekende invulling gevonden met Plus en hierin zien we geen verschillen. Los van de naam van de merken is er niets van te merken.

– Nee, op het gebied van kwaliteit. We zouden deze stap nooit nemen, als het niet minstens van hetzelfde kwaliteitsniveau is. Plus staat erom bekend de allerbeste kwaliteit na te streven. Ze zijn niet voor niets beste in brood en één van de sterkste groeispelers op dit moment!

– Nee, op het gebied van besteltermijnen. Bestellen vandaag voor levering morgen blijft ongewijzigd.

Hoe vind ik het passende Plus artikel bij het huidige Jumbo product dat ik gewend ben?

Dit verzorgen wij helemaal van A tot Z. Voor elk Jumbo artikel richten wij de omzetting naar Plus in en we zorgen er ook voor dat de Jumbo artikelen die in favorieten lijsten staan, allemaal worden omgezet naar Plus artikelen. Ook de bestellingen die al in bestelling staan, zetten wij zelf om. Je hoeft op geen enkele manier rekening te houden met extra tijd om Plus artikelen te zoeken. 

Kan ik nog artikelen van Jumbo bestellen na 29 oktober 2019?

Wij hebben de afgelopen tijd hard gewerkt aan een vlekkeloze overgang naar Plus. Dit houdt in dat we gelukkig heel vaak ‘nee’ kunnen antwoorden op vragen over eventuele verschillen die onze klanten merken ten opzichte van Jumbo. Wij zijn er dan ook 100% van overtuigd dat onze stap met Plus niet gepaard hoeft te gaan met beschikbaarheid van Jumbo artikelen. Wij bieden na de overgang naar Plus geen Jumbo artikelen meer aan.

We zijn erg blij om deze stap met Plus te zetten en zijn ervan overtuigd dat onze klanten daar net zo blij van worden. Mocht je na het lezen van bovenstaande info nog vragen hebben, dan stellen wij het op prijs om deze persoonlijk met je door te nemen.  Neem daarvoor contact op met onze accountmanager of culinair adviseur, zij staan je heel graag te woord!

Auteur: Miranda Muis

Distrivers en Daily Fresh Food hebben overeenstemming bereikt om hun krachten te gaan bundelen.

De afgelopen jaren is Distrivers sterk gegroeid en heeft zich ontwikkeld tot een solide en financieel gezonde partner voor de Zorg. Door deze sterke groei is ons bedrijf op een kruispunt aangekomen en staan we aan de vooravond van, zoals wij dit noemen: The next step.

Om ons hoge ambitieniveau de komende jaren te realiseren en onze continuïteit nog sterker te waarborgen, hebben wij er voor gekozen om onze krachten te bundelen met een partner en hebben in Daily Fresh Food deze partner gevonden.

Daily Fresh Food is voedingsmiddelenleverancier en maaltijdspecialist voor zorginstellingen en horeca in met name de Zuidelijke helft van Nederland. Dit past naadloos bij onze focus om in de Noordelijke helft van Nederland actief te zijn. Net als Distrivers, is Daily Fresh Food een dochterbedrijf van HANOS Internationale Horeca Groothandel, waar eveneens familiebedrijven aan de basis staan. Zij hechten net zo als wij, heel veel waarde aan het onderhouden van warme banden met hun medewerkers, afnemers en leveranciers.

Distrivers en Daily Fresh Food zullen, als dochterondernemingen van HANOS, zelfstandig opererende organisaties blijven met ongewijzigde directies, management en medewerkers. De voor u bekende en vertrouwde contactpersonen binnen Distrivers zijn en blijven u graag van dienst, nu en in de toekomst!

Wij zijn er van overtuigd dat we met deze ingeslagen weg ons onderscheidend vermogen samen met Daily Fresh Food verder kunnen uitbouwen tot bedrijven die zich met trots dé Food Service partners van Nederland en België mogen noemen.

Auteur: Miranda Muis

Samen zaaien, is samen oogsten. Vanuit Spaarne Gasthuis in Hoofddorp kwam het idee voor het aanleggen van een eigen moestuin, waar kruiden, fruit en groenten worden gekweekt voor gebruik in eigen keuken en de mobiele keukens van de oncologie en psychogeriatrische afdelingen. Het Spaarne gasthuis heeft bewust gekozen voor behoud van eigen keuken om de maaltijdbereiding in beheer te houden. Er wordt uitsluitend met verse producten gewerkt. Distrivers ondersteunt deze keuze en wil graag een stap extra zetten.

De moestuin van het Spaarne Gasthuis is een stap richting de gezamenlijke wens een educatief project voor bijvoorbeeld de kinderafdeling te realiseren. Zij kunnen vanaf heden een bezoek brengen aan de moestuin om te zien hoe verschillende kruiden, fruit en groenten groeien. Even weg uit de dagelijkse beslommeringen, even geen ziekenhuiskamer en proberen het ziek zijn enigszins te vergeten. Het leerzame karakter van het project draagt volgens Spaarne Gasthuis en Distrivers bij aan een aangenamer verblijf in het ziekenhuis.

Loes Hooft, teamleider Catering Hoofddorp & Keuken, ziet een droom in vervulling gaan: “wij geloven in koken dichter bij de patiënt en met onze eigen moestuin inclusief kweekkas weten we dit te realiseren. Deze week zullen patiënten smullen van heerlijke pesto gemaakt van o.a. verse basilicum uit eigen tuin.”

Met een aantal vrijwilligers, medewerkers van het Spaarne Gasthuis en Distrivers is de kas inmiddels geplaatst en een aantal bakken gevuld. Een mooi duurzaam project dat aansluit op de visie van het Spaarne Gasthuis.

Auteur: Miranda Muis

Distrivers is uit 1250 bedrijven in de sector Mobiliteit, Transport en Logistiek uitgeroepen tot het beste leerbedrijf van Drenthe! Dat maakte de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) bekend. Het Alfa-college heeft Distrivers aangedragen.

De reden dat Distrivers gewonnen heeft, lag volgens Henry Duinkerken van SBB en Kasper Heijnen van het Alfa College aan de aansluiting en verbinding tussen student, theorie en praktijk.

Kasper: “studenten doorlopen bij Distrivers het hele traject, van magazijnmedewerker tot afdeling binnendienst en van chauffeur tot afdeling planning en meer. Zo ervaren ze wat er allemaal mogelijk is binnen de sector. Je ziet dat veel studenten uiteindelijk ook aan de slag gaan bij Distrivers en later terug komen voor bijscholing. En met succes, bij Distrivers vind je dagelijks 35 studenten die een BOL of BBL opleiding volgen. En dan te bedenken dat we 15 jaar geleden zijn begonnen met één leerling!”

“Juist omdat we al zo lang en nauw samenwerken, blijft er een goede aansluiting tussen theorie en praktijk,” aldus Ronald Kleij, praktijkopleider bij Distrivers. Een logistiek opleidingscentrum die de verbinding zoekt naar de toekomst.

Het beste leerbedrijf van het land wordt 18 november uitgeroepen op de ‘Dag van het mbo’.

terug naar boven