Auteur: Miranda Muis

Je ruikt tijdens een zoete Hallmarkfilm de heerlijke zelfgebakkenkoekjesgeur bijna door je televisie heen als er weer een gingerbreadhuisversierwedstrijd plaatsvindt. Het gingerbreadhuisje heeft een rijke betoverende geschiedenis. Het huisje van gingerbreaddeeg dat ook bekend staat als peperkoek, wordt versierd met glazuur, snoepjes en natuurlijk de traditionele rood wit gestreepte zuurstokken. De exacte geschiedenis is niet meer te achterhalen, maar algemeen wordt aangenomen, dat de oorsprong ligt bij de in de 11-de eeuw door kruisvaarders meegebrachte honingkoek.

In de oudheid werd aan deze honingkoek met noten, amandelen, honing en kostbare specerijen zoals peper, gember en kaneel geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Het werd toentertijd geofferd aan de goden. Rond 1600 gaan hostiebakkerijen naast hosties ook de honingkoeken, die dan nog dienen als offerkoek, bakken. De koeken hebben in eerste instantie een platte vorm, maar gaandeweg ontwikkelen de bakkers steeds meer figuurtjes zoals sterren en hartjes.

Knibbel, knabbel, knuisje…

De gebroeders Grimm hebben met hun sprookje ‘Hans en Grietje’ gezorgd voor de evolutie naar de huidige iconische huisjesvorm. In het sprookje, wat gepubliceerd is in de 19-de eeuw, worden Hans en Grietje verleid door het snoephuisje van de heks. Het sprookje heeft bijgedragen aan de populariteit van het huisje rondom de kerstperiode.

Tegenwoordig is het maken en versieren van gingerbreadhuisjes in landen over de hele wereld een geliefde traditie tijdens de feestdagen. Het proces omvat het maken van het stevige peperkoekdeeg, het uitsnijden van de verschillende delen van het huis, het bakken en vervolgens het decoreren met glazuur, snoepjes en andere lekkernijen. Of je nou een ervaren bakker bent of een beginner, een gingerbreadhuisje maken kan iedereen en het is ook nog eens een ontzettend leuke activiteit om met cliënten te ondernemen.

Wist je dat het grootste gingerbreadhuisje ooit 18 m lang, 13 m breed en 3 m hoog was en meer dan 35 miljoen calorieën bevatte??

Decoratietips:

  • Maak sneeuwvlokken van glazuur
  • Strooi al het dak geglazuurd is voorzichtig poedersuiker op het dak voor een winterse uitstraling
  • Versier het huisje met een overvloed aan kleurrijke snoepjes zoals mini-M&M’s, gummybeertjes, zuurtjes of jellybeans. Voeg ook wat stukjes gebroken chocolade toe om een baksteen- of tegelpatroon te creëren.
  • Gebruik geplette pepermuntjes om het pad naar het gingerbreadhuisje te markeren of als decoratieve accenten op de muren en het dak. Het geeft niet alleen een heerlijke smaak, maar ook een vleugje frisheid.
  • Smelt wat chocolade en giet het in kleine rechthoekige vormen om dakpannen te creëren. Plaats ze op het dak van het gingerbreadhuisje voor een realistisch en smakelijk detail.
  • Maak een eetbaar landschap rondom het gingerbreadhuisje met behulp van gemalen koekkruimels als aarde, groene glazuur als gras en decoratieve suiker als glinsterende sneeuw.
  • Gebruik wit glazuur om ijspegels langs de dakranden te maken. Druppel het glazuur langs de randen en laat het langzaam naar beneden lopen om het effect van bevroren ijspegels te creëren.
  • Strooi witte kokosnootvlokken over het dak en de omgeving van het gingerbreadhuisje om een weelderige sneeuwscène te creëren. Het voegt een mooie textuur en een vleugje winterse sfeer toe.
  • Maak kleine gemberkoekmensjes met behulp van gingerbreaddeeg en gebruik ze als decoratie rondom het huisje. Je kunt ze in verschillende posities plaatsen, zoals zwaaiend bij de ingang of aan het sleeën in de tuin
  • Maak een kleine krans van snoepjes, zoals zuurtjes, mini-kerstballen of chocoladesterren, en hang deze op de deur van het gingerbreadhuisje. Het geeft een feestelijk welkomstaccent.

Een gingerbread house, ook wel bekend als een peperkoekhuisje, is een feestelijke lekkernij die vaak geassocieerd wordt met de kerstperiode. Het huisje is gemaakt van heerlijk geurend en kruidig gingerbread-deeg, dat op smaak wordt gebracht met specerijen zoals kaneel, gember en kruidnagel.
Het bouwen van een gingerbread house is een leuke, creatieve bezigheid om met de cliënten in de feeststemming te komen. Het deeg wordt uitgerold tot stevige plakken en uitgesneden in verschillende vormen, zoals muren, dakdelen en decoratieve details.
Gang Tussendoortje
Porties 6

Ingrediënten
  

  • 400 gram bloem + extra voor bestuiven
  • ¼ tl baking soda
  • 4 tl koekkruiden
  • 150 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 1 groot ei
  • 85 gram boter op kamertemperatuur
  • 140 ml stroop
  • 1 el water
  • ¼ tl zout

voor de "lijm"

  • 120 gram eiwit
  • 600 gram poedersuiker

Instructies
 

  • In een grote kom meng je de bloem, baking soda, koekkruiden en het zout. Houd dit mengsel apart voor later gebruik.
  • In de kom van de mixer doe je de boter en basterdsuiker. Mix ze samen op middelhoge snelheid tot je een glad en romig mengsel hebt, dit duurt ongeveer 2 minuten. Voeg vervolgens het ei, de stroop en het water toe aan de boteren basterdsuiker en klop dit op hoge snelheid door elkaar. Schraap het mengsel van de zijkanten van de kom en geef het nog een laatste klop om alles goed te mengen.
  • Voeg nu het bloemmengsel geleidelijk toe aan het natte mengsel en mix alles goed door op lage snelheid. Het deeg zal behoorlijk dik zijn. Dit is normaal voor dit soort koekjes.
  • Verdeel het koekdeeg in twee delen en vorm van elk deel een platte schijf. Verpak beideschijven goed in plastic folie en laat ze rusten in de koelkast voor minimaal 2 uur, maar je kunt ze ook tot drie dagen laten rusten voor een betere smaak.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 180˚C en bekleed de bakplaten met bakpapier of siliconen bakmatten.
  • Wanneer het deeg voldoende gekoeld is, haal je de schijven uit de koelkast en leg je ze tussentwee stukken bakpapier. Hierdoor voorkom je dat het deeg aan het aanrecht blijft plakken tijdens het uitrollen. Rol de stukken deeg tussen het bakpapier uit tot plakken van ongeveer 1/2 cm dikte. Dikke plakken zijn ideaal voor het bouwen van je koekhuisje.
  • Nu is het tijd om sjablonen te gebruiken om de gewenste vormen uit het deeg te snijden. Kopieer de sjablonen op de volgende pagina of knip ze uit (let op: bij uitknippen, knip je ook door deze bereidingswijze!) en leg ze op je bebloemde deeg. Snijd je deeg om de sjablonen uit. Gebruik ieder sjabloon 2 keer! Als je nog restjes deeg hebt, rol je deze opnieuw uit tot plakken van 1/2 cm, zodat je voldoende onderdelen hebt voor je huisje. Maak van resterend deeg koekjes in verschillende vormen.
  • Plaats alle gesneden stukken deeg op de bakplaten, maar houd ongeveer 3 cm afstand tussen de onderdelen om te voorkomen dat ze aan elkaar vastkleven tijdens het bakken. Als ze wat vervormd zijn tijdens het verplaatsen, corrigeer dan voorzichtig de randen zodat ze weer recht zijn.
  • Bak de schoorsteenstukken ongeveer 10-12 minuten, of tot de randen lichtbruin zijn. De andere onderdelen van je huisje hebben wat langer nodig, ongeveer 20 minuten, of tot de randen lichtbruin zijn. Haal de gebakken stukken uit de oven en laat ze volledig afkoelen voordat je begint met het bouwen van je koekhuisje. Mocht je koekjes ietwat boller zijn geworden, kan je ze voorzichtig iets bijsnijden met een broodmes.

Het bouwen van het koekhuisje

  • Klop de eiwitten samen met ongeveer 400 gram poedersuiker in de kom van de mixer tot je een glad mengsel krijgt, vergelijkbaar met een dikke vanillevla. Voeg daarna de rest van de poedersuiker toe en klop tot het goed gemengd is. Giet de icing in een spuitzak zonder mondje.
  • Kies een stevige basis, zoals een cakestandaard of houten plank en gebruik voorwerpen om de muren rechtop te houden, zoals blikken of waterflesjes.
    Begin met de muren van het huisje door een dikke laag icing op de ene lange kant en een korte kant van een zijwand te spuiten. Plak de zijwand stevig vast op de basis en gebruik de verzamelde voorwerpen om ervoor te zorgen dat de muur rechtop blijft staan. Herhaal dit proces voor de voorkant van het huisje, waarbij je een lijntje icing langs de onderkant spuit en deze aan de al geplaatste zijwand bevestigt. Vervolgens plak je de tweede zijwand van het huisje en de achterkant vast met behulp van icing en zorg je ervoor dat alle naden, zowel aan de binnen- als buitenkant, goed zijn opgevuld met de icing. Laat het huisje dan minimaal 1 uur drogen op kamertemperatuur voordat je verdergaat met het plaatsen van het dak.
  • Breng een dikke lijn icing aan op de binnenkant van een dakdeel en plaats deze boven op het huisje. Doe hetzelfde met het tweede dakdeel en houd ze enkele minuten vast. Laat de icing op het huisje eerst 3 uur op kamertemperatuur drogen. Bewaar de restjes van de royal icing goed afgesloten, deze heb je later nodig voor het versieren. Nu komt het leukste gedeelte: versier het huisje met snoepjes naar wens! Gebruik de icing als lijm om de snoepjes op het huisje te bevestigen en maak het zo mooi en feestelijk als je wilt.

Auteur: Miranda Muis

Een gingerbread house, ook wel bekend als een peperkoekhuisje, is een feestelijke lekkernij die vaak geassocieerd wordt met de kerstperiode. Het huisje is gemaakt van heerlijk geurend en kruidig gingerbread-deeg, dat op smaak wordt gebracht met specerijen zoals kaneel, gember en kruidnagel.
Het bouwen van een gingerbread house is een leuke, creatieve bezigheid om met de cliënten in de feeststemming te komen. Het deeg wordt uitgerold tot stevige plakken en uitgesneden in verschillende vormen, zoals muren, dakdelen en decoratieve details.
Gang Tussendoortje
Porties 6

Ingrediënten
  

  • 400 gram bloem + extra voor bestuiven
  • ¼ tl baking soda
  • 4 tl koekkruiden
  • 150 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 1 groot ei
  • 85 gram boter op kamertemperatuur
  • 140 ml stroop
  • 1 el water
  • ¼ tl zout

voor de "lijm"

  • 120 gram eiwit
  • 600 gram poedersuiker

Instructies
 

  • In een grote kom meng je de bloem, baking soda, koekkruiden en het zout. Houd dit mengsel apart voor later gebruik.
  • In de kom van de mixer doe je de boter en basterdsuiker. Mix ze samen op middelhoge snelheid tot je een glad en romig mengsel hebt, dit duurt ongeveer 2 minuten. Voeg vervolgens het ei, de stroop en het water toe aan de boteren basterdsuiker en klop dit op hoge snelheid door elkaar. Schraap het mengsel van de zijkanten van de kom en geef het nog een laatste klop om alles goed te mengen.
  • Voeg nu het bloemmengsel geleidelijk toe aan het natte mengsel en mix alles goed door op lage snelheid. Het deeg zal behoorlijk dik zijn. Dit is normaal voor dit soort koekjes.
  • Verdeel het koekdeeg in twee delen en vorm van elk deel een platte schijf. Verpak beideschijven goed in plastic folie en laat ze rusten in de koelkast voor minimaal 2 uur, maar je kunt ze ook tot drie dagen laten rusten voor een betere smaak.
  • Verwarm ondertussen de oven voor op 180˚C en bekleed de bakplaten met bakpapier of siliconen bakmatten.
  • Wanneer het deeg voldoende gekoeld is, haal je de schijven uit de koelkast en leg je ze tussentwee stukken bakpapier. Hierdoor voorkom je dat het deeg aan het aanrecht blijft plakken tijdens het uitrollen. Rol de stukken deeg tussen het bakpapier uit tot plakken van ongeveer 1/2 cm dikte. Dikke plakken zijn ideaal voor het bouwen van je koekhuisje.
  • Nu is het tijd om sjablonen te gebruiken om de gewenste vormen uit het deeg te snijden. Kopieer de sjablonen op de volgende pagina of knip ze uit (let op: bij uitknippen, knip je ook door deze bereidingswijze!) en leg ze op je bebloemde deeg. Snijd je deeg om de sjablonen uit. Gebruik ieder sjabloon 2 keer! Als je nog restjes deeg hebt, rol je deze opnieuw uit tot plakken van 1/2 cm, zodat je voldoende onderdelen hebt voor je huisje. Maak van resterend deeg koekjes in verschillende vormen.
  • Plaats alle gesneden stukken deeg op de bakplaten, maar houd ongeveer 3 cm afstand tussen de onderdelen om te voorkomen dat ze aan elkaar vastkleven tijdens het bakken. Als ze wat vervormd zijn tijdens het verplaatsen, corrigeer dan voorzichtig de randen zodat ze weer recht zijn.
  • Bak de schoorsteenstukken ongeveer 10-12 minuten, of tot de randen lichtbruin zijn. De andere onderdelen van je huisje hebben wat langer nodig, ongeveer 20 minuten, of tot de randen lichtbruin zijn. Haal de gebakken stukken uit de oven en laat ze volledig afkoelen voordat je begint met het bouwen van je koekhuisje. Mocht je koekjes ietwat boller zijn geworden, kan je ze voorzichtig iets bijsnijden met een broodmes.

Het bouwen van het koekhuisje

  • Klop de eiwitten samen met ongeveer 400 gram poedersuiker in de kom van de mixer tot je een glad mengsel krijgt, vergelijkbaar met een dikke vanillevla. Voeg daarna de rest van de poedersuiker toe en klop tot het goed gemengd is. Giet de icing in een spuitzak zonder mondje.
  • Kies een stevige basis, zoals een cakestandaard of houten plank en gebruik voorwerpen om de muren rechtop te houden, zoals blikken of waterflesjes.
    Begin met de muren van het huisje door een dikke laag icing op de ene lange kant en een korte kant van een zijwand te spuiten. Plak de zijwand stevig vast op de basis en gebruik de verzamelde voorwerpen om ervoor te zorgen dat de muur rechtop blijft staan. Herhaal dit proces voor de voorkant van het huisje, waarbij je een lijntje icing langs de onderkant spuit en deze aan de al geplaatste zijwand bevestigt. Vervolgens plak je de tweede zijwand van het huisje en de achterkant vast met behulp van icing en zorg je ervoor dat alle naden, zowel aan de binnen- als buitenkant, goed zijn opgevuld met de icing. Laat het huisje dan minimaal 1 uur drogen op kamertemperatuur voordat je verdergaat met het plaatsen van het dak.
  • Breng een dikke lijn icing aan op de binnenkant van een dakdeel en plaats deze boven op het huisje. Doe hetzelfde met het tweede dakdeel en houd ze enkele minuten vast. Laat de icing op het huisje eerst 3 uur op kamertemperatuur drogen. Bewaar de restjes van de royal icing goed afgesloten, deze heb je later nodig voor het versieren. Nu komt het leukste gedeelte: versier het huisje met snoepjes naar wens! Gebruik de icing als lijm om de snoepjes op het huisje te bevestigen en maak het zo mooi en feestelijk als je wilt.

Auteur: Miranda Muis

Wentelteefjes van krentenbrood

Wat je zelf kunt doen om voedselverspilling tegen te gaan? Een heleboel! Met kliekjes kun je zoveel lekkere gerechten koken, vaak nog smaakvoller dan je misschien had gedacht. Sommige gerechten komen juist beter tot hun recht door producten te upcyclen, neem bijvoorbeeld ons recept voor wentelteefjes van krentenbrood met gekarameliseerde banaan. Upcycling of niet; dit kan je toch elke dag wel eten?
Bereidingstijd 20 minuten
Gang brunch, lunch, Nagerecht
Porties 6

Ingrediënten
  

  • 12 sneden rozijnenbrood
  • 5 tl kaneelpoeder
  • 300 ml melk
  • 2 eieren
  • 50 gram roomboter
  • poedersuiker
  • 6 bananen
  • 50 gram boter
  • 100 gram suiker

Instructies
 

  • Breek de eieren boven een schaal en klop ze los. Voeg hier 2 theelepels kaneel en melk aan toe en mix het geheel goed. Schaaf een beetje van de boter en doe dit in een koekenpan.
  • Neem de sneetjes rozijnenbrood en haal ze door het eierbeslag. Leg ze in de warme koekenpan en bak ze kort aan twee kanten bruin. Haal de wentelteefjes uit de pan als ze een mooi bruin korstje hebben gekregen en leg ze op een bord of schaal. Strooi er naar smaak poedersuiker overheen. Herhaal dit nu met de rest van de sneetjes rozijnenbrood tot alles gebakken is. Voor de gekarameliseerde banaan meng je de suiker en de resterende kaneel (3 theelepels).
  • Snij de banaan in dikke plakjes. Laat de boter langzaam smelten in een koekenpan en voeg de suiker toe. Roer niet maar beweeg de pan af en toe om de suiker in beweging te houden. Als de kristallen zijn opgelost, leg je de plakjes banaan erin en bak dit even een minuut mee. Haal de plakjes eruit als er een krokant laagje ontstaat. Pas op je vingers, de karamel is heet!
  • Serveer de wentelteefjes belegd met de gekarameliseerde bananenschijfjes en extra poedersuiker en een klontje boter.

Notities

Variatietip! Ben je een echte zoetekauw? Vervang het rozijnenbrood eens voor suikerbrood.

Auteur: Miranda Muis

Onlangs was ik bij een bijeenkomst, waar Saskia van der Laan van de stichting “Samen tegen voedselverspilling” een presentatie hield. Wereldwijd verspillen we jaarlijks een derde van al het geproduceerde voedsel. In Nederland alleen is dat TWEE MILJARD kilo. Saskia gaf aan, dat dit een file van volle vrachtwagens is van Utrecht tot aan Barcelona. 2.000.000.000 kilo, het echoot nog na. Het terugdringen van dit aantal kilo’s zorgt voor 15% minder directe (productie, distributie) uitstoot en 85% indirecte (minder ontbossing, meer biodiversiteit) uitstoot. Niet alleen de industrie maar ook jij zelf kunt hier een belangrijke bijdrage aan leveren.

Spiegeltje spiegeltje

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de grootste voedselverspiller van Nederland? Consumenten (jij en ik) zijn met een kwart van alle verspilling de grootste verspillers. Wij verspillen per persoon per jaar ruim 34 kilo vast voedsel. Het grootste gedeelte hiervan (42%) bestaat uit fruit& groente, gevolgd door granen (22%). Percentages spreken in dit geval niet zo duidelijk als getallen. In Nederland verdwijnen dagelijks! 435.000 broden in de prullenbak. We kunnen dus niet ons hoofd in de richting van de industrie draaien, we moeten eerst onszelf aankijken.

Het gemak van de prullenbak

Gedrag veranderen is lastig. Eigenlijk wist je, voordat je deze column ging lezen, ook al dat we veel voedsel verspillen. Waarom doen we dan niets? Dat komt voort uit het feit, dat mensen de meeste dingen automatisch doen. Denk aan tanden poetsen, fietsen, veters strikken. Wanneer je zaken automatisch doet, verander je dat niet 1,2,3. Dat vergt een sterke wil en support vanuit de omgeving. Discipline kun je niet aanleren, dat moet je afdwingen. Daar komt bij dat zaken die psychologisch verder van ons verwijderd zijn, b.v. voedselverspilling en duurzaamheid, minder impact hebben in ons brein. Het is té abstract. We kiezen eerder voor het gemak van de prullenbak, dan een beetje moeite doen en nadenken over een recept wat we nog met de restjes kunnen doen.

Minder voedsel verspillen moet dus iets worden wat we ons zelf opleggen, hoe doe je dat als het voor jou nog een ver-van-je-bed-show is? En als het voor jou persoonlijk nog geen gewoonte is, doe je dit op je werk waarschijnlijk ook nog niet. Laten we dan beginnen met wat eenvoudige anti-verspillingstips die op de site van Too Good To Go staan en die je thuis kunt toepassen. Sommige zijn ook op je werk toepasbaar. We werken met een kwetsbare groep mensen, dus volg altijd de regels die gelden binnen jouw instelling!

  1. Plan vooruit en gebruik je creativiteit
    Mensen met een boodschappenlijstje verspillen minder. Je kunt je restjes invriezen of er iets creatiefs mee maken.
  2. Misvormd fruit en groente smaakt net zo lekker
    Wij zijn geconditioneerd, om lelijke producten af te wijzen. Winkeliers kopen daarom geen producten, die niet aan onze standaarden voldoen.
  3. Begrijp houdbaarheid labels
    Wanneer je een verpakking koopt, kan daar op twee manier een houdbaarheidsdatum op staan. Er kan een tenminste houdbaar tot (THT) datum op staan, of een te gebruiken tot (TGT) datum. Wanneer een product niet snel aan bederf onderhevig is (suiker, koffie), staat er een THT datum op. Bij het verstrijken van de THT datum, kun je ruiken, kijken en proeven of het nog lekker is. Je hoeft het dus niet weg te gooien na de THT datum.
    Een TGT datum, staat op producten die bederfelijk zijn (vlees, vis, koelverse producten). De TGT datum, is dan de uiterste datum waarop je het nog veilig kunt eten. Bederf van deze producten hoeft niet per se zichtbaar te zijn (denk aan bacteriën).
  4. Bewaar je eten op de juiste manier
    Veel huishoudelijk afval ontstaat, omdat je de etenswaren niet op tijd gebruikt en dus moet weggooien. Wil je weten hoe lang iets te bewaren is? Kijk dan eens op de bewaarwijzer van het Voedingscentrum.
  5. Gebruik alles van je eten
    Je kunt meer van je eten gebruiken dan je denkt. Veel stengels en stelen kun je gebruiken als basis voor een saus of soep. Door je zintuigen te gebruiken, kun je eigenlijk heel veel uit je voorraad gewoon nog gebruiken.
  6. Maak gebruik van technologie
    Er zijn verschillende methodes om voedselresten langer te bewaren, zoals bijvoorbeeld inmaken of drogen in een voedseldroger.

Uiteindelijk houd je natuurlijk altijd een minimale hoeveelheid voedsel over, de meeste restjes kunnen bij het GFT-afval. Van GFT-afval, wordt biogas en compost gemaakt. Kijk op www.afvalscheidingswijzer.nl om te zien wat er in de GFT-bak mag.

Op je werk

Wanneer je op je werk eten moet bestellen, is de benodigde hoeveelheid natuurlijk lastiger in te schatten dan in je thuissituatie. In de zorg kan een bed wat vandaag leeg is, morgen bezet zijn en andersom. Maar ook hier kun je minder voedsel verspillen. Maak zichtbaar wat er weggegooid wordt, dat maakt sturing eenvoudiger. Middels een nulmeting kunnen de hoeveelheid en soort portioneer-, bord- en buffetresten en onaangeroerde maaltijden gemeten worden. Zo wordt zichtbaar waar de verbeterpunten zitten. Gebruik hiervoor de Distrivers wastetool. Ken je die nog niet? Vraag er naar bij je accountmanager of culinair adviseur.

Niet alleen thuis, maar ook op je werk zijn er mogelijkheden om de verspilling in de hand te houden. Een kleine greep uit de mogelijkheden:

De regels van jouw werkgever op dit gebied zijn altijd leidend.

  • Meet naast hoeveel, ook wát je weggooit, zo wordt duidelijk wat je de volgende keer in kleinere hoeveelheden kunt bestellen.
  • Definieer na je nulmeting wat het laaghangend fruit is, daarmee maak je alvast een snelle stap in de juiste richting.
  • Het keuze moment van de maaltijd zo dicht mogelijk op het eet- of bestelmoment situeren. De patiënt kan inschatten hoeveel trek hij heeft en niet alle patiënten die een keuze hebben gemaakt zijn dan al naar huis.
  • Aantrekkelijk opdienen met portiegroottes die passen bij de doelgroep, mensen eten dan meer. Dek de tafel, eet waar mogelijk samen, portioneer op het bord en schenk aandacht aan de wijze van portioneren.
  • Bij het opbouwen van je cyclus kun je rekening houden met de THT van producten, zodat je ongeopende verpakkingen met een juiste THT kunt hergebruiken. Bijvoorbeeld de volgende dag als hapje tussendoortje.
  • Overgebleven ongeopende verpakkingen verkopen aan personeel of bezoek.


Vraag onze culinair adviseurs om te kijken naar jullie specifieke situatie.


Column door: Stephanie Slot
Voedingsdeskundige en menu-engineer bij Distrivers

Auteur: Miranda Muis

Ontbijtmuffins met appel

Ontbijtmuffins met appel
Bereidingstijd 45 minuten
Gang Ontbijt
Porties 12 muffins

Ingrediënten
  

  • 1,5 appel (bijvoorbeeld Fuji)
  • 250 gram havermout
  • 1,5 tl gebroken lijnzaad
  • 300 ml sojamelk
  • 2 eieren
  • 25 gram honing
  • 1 tl kaneel
  • 2 tl bakingsoda
  • 1 el limoensap
  • 50 gram rozijnen
  • snufje zout

Instructies
 

  • Verwarm de oven voor op 175 graden. Meng de havermout, bakingsoda, kaneel, snufje zout en het gebroken lijnzaad in een kom.
  • Klop in een andere kom de eieren los met de sojamelk, honing en limoensap. Spatel nu de inhoud van het droge mengsel tot 1 glad geheel.
  • Verwijder het klokhuis uit de appels en snijd ze in stukjes (wil je liever appels zonder schil? Schil dan eerst de appels). Roer de stukjes appel en de rozijnen door het beslag.
  • Verdeel het beslag over 12 muffinvormpjes, dit gaat het makkelijkste met een ijsknijper. Zet de vormpjes op een bakplaat in de oven en bak de muffins in circa 25-30 minuten goudbruin en gaar. Laat ze goed afkoelen voor je ze serveert.

Auteur: Miranda Muis

Smoothiebowl

Groene smoothiebowl
Bereidingstijd 20 minuten
Gang brunch, lunch, Ontbijt
Porties 6 personen

Ingrediënten
  

  • 3 eetrijpe avocado's
  • 6 dadels zonder pit
  • 6 halve perzikschijven
  • 750 ml amandeldrink
  • 300 gram spinazie
  • 3 kiwi's
  • 6 handjes bosbessen
  • 1 eetlepel kokossnippers per schaaltje
  • paar gepelde zonnebloempitten per schaaltje

Instructies
 

  • Ontpit de avocado's. Dit doe je door de twee helften los van elkaar te draaien. Hak voorzichtig met een mes in de pit, draai een kwartslag en haal de pit eruit. Haal vervolgens het vruchtvlees van de avocado, de dadels, perziken en amandeldrink in een blender. Blender het geheel in 1 minuut glad. De spinazie voeg je in een aantal delen toe, het slinkt geleidelijk in de blender.
  • Verdeel de smoothie over 6 kommen. Garneer, direct voor het serveren, de smoothie met kiwi, blauwe bessen, kokossnippers en zonnebloempitten.

Auteur: Miranda Muis

Gebonden venkelsoep

Gebonden venkelsoep met zalmsnippers
Bereidingstijd 35 minuten
Gang Voorgerecht
Porties 6 personen

Ingrediënten
  

  • 3 venkels
  • 1,5 ui
  • 45 gram roomboter
  • 6 tl bloem
  • 180 ml volle melk
  • 1,5 bouillonblokje (groente)
  • 150 gram gerookte zalm
  • tuinkers scheuten
  • 750 ml water
  • peper

Instructies
 

  • Halveer de venkels en verwijder de harde kern. Snijd deze in dunne repen. Snipper de ui. Verhit vervolgens de boter in een pannetje. Fruit de uit en bak de venkel hierin mee, voor circa 5 minuten. Voeg de bloem toe en blijf circa 3 minuten roeren/bakken. Vervolgens kan de melk, het water en het bouillonblokje toegevoegd worden. Zet het vuur lager als het geheel kookt. Kook het voor ongeveer 10 minuten, totdat de venkel gaar is geworden.
  • Snijd tijdens het koken van de basissoep de zalm in snippers. Gebruik een staafmixer voor het pureren van de soep, doe dit totdat je de gewenste dikte bereikt. Voeg wat peper toe om de soep wat meer pit te geven.
  • Ook deze soep is handig om mee te nemen naar werk. Garneer de soep met de zalmsnippers en eventueel wat tuinkers.

Auteur: Miranda Muis

Yoghurt met zelfgemaakte granola

Een zuivelontbijt is een gezonde keus. Hiervoor kun je het beste kiezen voor magere of halfvolle zuivel en zelf vers fruit toevoegen. Voor de ‘krokante bite’ kun je walnoten, amandelen of bijvoorbeeld zelfgemaakte granola toevoegen. Lekker gezond!
Een aantal feiten over yoghurt:
» Yoghurt is een gezonde keus omdat het veel goede voedingsstoffen zoals eiwit, calcium en vitamine B2 en B12 bevat. Yoghurt past in de ‘Schijf van Vijf’ als het minder dan 1,1 gram verzadigd vet en maximaal 6 gram suiker per 100 gram bevat. Daarom is vruchtenyoghurt of volle yoghurt een minder gezonde keuze.
» Een product mag pas yoghurt genoemd worden, als de bacteriën Lactobacillus bulgaricus en Streptococcus thermophilus erin voorkomen.
» Yoghurt verkleint de kans op diabetes type 2 en darmkanker.
» Yoghurt is een goede bron van calcium en vitamine D en daarom goed voor je botten.
» Yoghurt draagt bij aan een goede spijsvertering.
» In yoghurt zitten vaak net zoveel eiwitten als in vlees.
» Omdat yoghurt zuur is, is het lang houdbaar.
Bereidingstijd 35 minuten
Gang brunch, lunch, Ontbijt
Porties 6 personen

Ingrediënten
  

  • 900 ml skyr, magere kwark of plantaardige variatie op kwark
  • 6 handjes zelfgemaakte granola
  • bosbessen
  • frambozen
  • kiwi
  • rode bessen
  • aardbeien

Voor de granola

  • 900 gram havermout of havervlokken
  • 900 gram notenmelange (amandelen, hazelnoten, pecannoten, walnoten en paranoten)
  • 100 gram zonnebloempitten
  • 100 gram lijnzaad
  • 100 gram pompoenpitten
  • 60 ml honing
  • 6 tl kaneel
  • gember

optioneel:

  • 50 gram kokos

Instructies
 

Granola

  • Meng alles door elkaar en bekleed een bakblik met bakpapier. Spreid het mengsel hier over uit. Zet het voor 15-25 minuten in de oven op 175 graden. Laat afkoelen en vul een weckpot met deze heerlijke granola.

Yoghurt met zelfgemaakte granola

  • Zet 6 schaaltjes klaar en doe 150 ml yoghurt in ieder schaaltje.
  • Snijd wat vers fruit naar keuze en voeg dit toe.
  • Voeg voor optimale smaak de granola pas op het laatste moment aan de yoghurt toe en serveer!

Notities

EIWITRIJK

Wil je voor cliënten en patiënten eiwitrijke gerechten bieden? Kies dan voor bijvoorbeeld Skyr 0% vet, magere kwark of een plantaardige variatie op kwark.

Auteur: Miranda Muis

Quinoa salade

Quinoa salade met courgette en tonijn
Bereidingstijd 15 minuten
Gang Bijgerecht, lunch, Voorgerecht
Porties 6 personen

Ingrediënten
  

  • 600 gram courgette
  • 480 gram witte bonen
  • 480 gram tonijn in olijfolie
  • 1,5 citroen
  • 3 rode uien
  • 300 gram quinoa
  • 21 gram verse platte peterselie
  • 1,5 bakje alfalfa
  • 6 handjes rode en gele cherrytomaatjes
  • 1 lente-ui in ringetjes

Instructies
 

  • Snijd de courgette in blokjes van 1 cm. Laat de bonen in een vergiet uitlekken.
  • Haal de tonijn uit het blik en bewaar de olie. Maak de citroen schoon en rasp de schil, pers een partje van de citroen uit. Snijd de ui in kleine stukjes. Maak een dressing van de tonijnolie, citroenrasp, citroensap en de ui.
  • Bereid de quinoa zoals op de verpakking aangegeven is. Schep de courgette, tonijn, bonen en dressing door de quinoa.
  • Meng de salade met de cherrytomaatjes, lente-ui, fijngehakte peterselie en alfalfa. Serveer de quinoa met de salade op een bord of neem het zelf mee naar werk in een afsluitbare bak.

Auteur: Miranda Muis

Gezonde appelmoes cupcakes

Deze gezonde appelmoes-cupcakes zijn gemaakt van heerlijke zelfgemaakte appelmoes zonder suiker! Erg lekker als tussendoortje, maar ook als ontbijt zeker een aanrader.
Bereidingstijd 50 minuten
Gang brunch, Ontbijt, Tussendoortje
Porties 12 cakejes

Ingrediënten
  

Voor de appelmoes:

  • 3 appels
  • halve citroen
  • 1/4 tl kaneel

Voor de cake:

  • 300 gram zelfgemaakte appelmoes (zie hierboven)
  • 75 gram volkorenmeel
  • 100 gram havermout
  • 3 eieren
  • 1 tl gebroken lijnzaad
  • 100 gram dadels
  • 2 tl bakingsoda
  • 1 el limoensap
  • 1 goudreinet in partjes voor de garnering
  • snufje zout

Instructies
 

  • Schil 3 appels voor de appelmoes en snijd deze in blokjes. Pers de citroen uit en giet het sap met een klein beetje water in een pan.
  • Voeg de appelblokjes toe en laat het geheel circa 15 minuten pruttelen op middelhoog vuur. Schep regelmatig om, zodat het niet aanbrandt.
  • Zijn de appels wat soppiger geworden? Haal de pan van de warmtebron, voeg de kaneel toe en pureer tot een heerlijke appelmoes! Laat dit vervolgens afkoelen.
  • Verwarm de oven voor op 180 graden.
  • Doe de havermout in een keukenmachine en maal tot meel. Voeg het volkorenmeel, gebroken lijnzaad, bakingsoda en het snufje zout toe en meng door elkaar.
  • Klop de eieren los en meng dit met de zelfgemaakte appelmoes en appelazijn.
  • Meng nu de droge ingrediënten door het appelmoes mengsel. Snijd de dadels in stukjes en schep deze door het mengsel.
  • Bekleed een muffinblik met vormpjes of wat bakpapier en verdeel het mengsel. Steek de appelpartjes in de bovenkant van de cakejes en bak het geheel in circa 30 minuten af in de voorverwarmde oven. Door de appelmoes blijven de cakejes van binnen wat zachter.

terug naar boven